Fout
  • JFTP::login: Unable to login
  • JFTP::write: Unable to use passive mode

Nu ik weer terug ben in Nederland na mijn eerste reis naar Armenië met een groep EU-afgevaardigden, en ik bijna weer naar Armenië ga voor mijn tweede reis, bedenk ik me dat ik de eerste keer veel vooroordelen had over het Kaukasisch land. Veel van die vooroordelen heb ik weten te doorbreken tijdens mijn eerste verblijf van tien dagen in Armenië. Het is dan ook erg interessant om mijn eerste bericht terug te lezen.
 
Met veel angsten ging ik toen naar Armenië, en ik probeer altijd mijn best te doen om uit die doos van vooroordelen te komen. Want zolang het niet geverifieerd en gecontroleerd is, blijft het een vooroordeel. Deze vorm van relativeren heb ik tijdens mijn eerste reis naar Armenië meermaals proberen toe te passen. Uiteindelijk kwam ik toen terug met een frisse blik op Armenië; één waarbij de starre regering en de gastvrije bevolking strik gescheiden moeten worden gehouden.
 
En natuurlijk zijn er ook vriendelijke overheidsfunctionarissen, alsmede racistische bevolkingsgroepen, maar over het algemeen gesproken willen de Armeniërs gewoon een rustig en vredelievend bestaan. De grote uitzondering hierop is de fanatieke Armeense diaspora en de agressieve Dashnakzutyun. Deze blijven putten uit anti-Turkse sentimenten, maar vertegenwoordigen niet alle Armeniërs in Armenië, of daarbuiten overigens.
 
De sterke aanwezigheid van de Armeense overheid in het centrum van de Armeense hoofdstad Yerevan was verder een sterk contrast met de minder wordende controle in de verpauperde delen en buitenwijken van de hoofdstad; en de zelfs complete afwezigheid van een bestuurlijke macht in de gebieden buiten Yerevan. Juist daarom vond ik mijn eerste reis zo belangrijk met een trip naar het verre zuiden van Armenië, het historische Tatev, op slechts een steenworp afstand van verschillende grenzen. Zo lag het oorlogsgebied Karabağ op slechts 10-11 kilometer. Dit gebied hoort officieel tot buurland Azerbeidzjan maar wordt al sinds 1991-1992 bezet door Armenië. Beide landen zijn officieel nog in staat van oorlog en daardoor sterven wekelijks nog soldaten door vijandig vuur iets ten oosten van Tatev in Karabağ.
 
Toch heb ik in Tatev zelf (en iets ten westen ervan) prachtige foto’s kunnen maken van Turkse invloeden enerzijds, de Armeense cultuur zelf anderzijds en de natuur om het geheel te voltooien. Het resultaat is een prachtige compilatie geworden van de diverse invloeden.* Ook de invloeden van buitenlandse mogendheden in de vorm van geïnvesteerd kapitaal, zijn mij niet ontgaan. Ik heb mijn observaties dan ook zo objectief mogelijk verwoord, iets wat mij redelijk gelukt is (al zeg ik het zelf). In mijn zoektocht naar meningen van zoveel mogelijk Armeniërs, heb ik ook geen enkel voorstel afgeslagen. Ik ben in oude vervallen Sovjet-fabrieken geweest, maar ook Iraanse moskeeën en Armeense kloosters, en zelfs bij Armeniërs thuis. Wellicht één van mijn belangrijkste bezichtigingen was mijn bezoek aan het kloostercomplex van Tatev, een Middeleeuws geheel wat toen toonaangevend was en thans nog steeds in gebruik is. Daar wilde de Armeense priester, de Vader, mij perse zegenen omdat hij “een speciaal aura om mij heen” zag. Wellicht voelde hij dat ik als Turks-Nederlandse wetenschapper daar was met een objectieve blik op het geheel. Afijn, ik ben daar dus gezegend  en ik heb het complex met een kus verlaten.
 
Na al die bezoeken was er ook een keerzijde. Ik kreeg door dat er toch wel eenzijdige informatie werd gegeven met betrekking tot Turkije en dit zorgde voor nieuwe generaties jonge Armeniërs met een intense haat en afkeer tegen Turkije. Toch werd ook dit langzamerhand doorbroken door zowel de oudere generaties (die vooral rust en vrede willen) en de jongere generaties (die voor werk toch hun heil in Turkije zoeken). 
 
En juist hierdoor worden nu weer de gelijkenissen tussen Armeniërs en Turken weer duidelijk. Armeniërs die massaal naar Turkije komen om daar te werken, zien dat Turken geen “bloeddorstige barbaren” zijn (zoals ze zo vaak door de overheid in Armenië te horen krijgen) maar simpelweg mensen die erg veel lijken op Armeniërs; ook (of wellicht zelfs ‘vooral’) qua cultuur. De ontmoeting met mij was voor veel mensen ook een dergelijke ervaring. Nu liep ik niet overal rond te verkondigen dat ik “Turks ben”, maar indien mensen ernaar vroegen, dan antwoordde ik dat ik inderdaad Turks ben. Ik kreeg zelf de vraag vooral omdat ik daar een leuke ontmoeting had met een mevrouw uit Moldavië, die zelf Gagavuz bleek te zijn. Gagavuz zijn een Turkssprekende minderheid in Moldavië die hun eigen autonome regio hebben (Gagavuz Yeri). Onderling praatten wij steevast Turks en dit viel zo af en toe de mensen wel op. Hoe de mensen wisten dat het Turks was, bleek mij een raadsel maar ze wisten het steeds wel en vroegen ons daarop of we Turks waren. 
 
Hierbij heb ik geen nare fysieke ervaringen gehad, wel een paar opmerkingen zoals “Maar je ziet er normaal uit? Je bent vast een ‘verturkste’ Armeniër.” Of “Maar je ziet er helemaal niet uit als een bloeddorstige barbaar?”. Omdat ik echter uit een ander regio van het Osmaanse Rijk (de voorloper van Turkije) kom dan Armeniërs, is die kans klein. De mensen die vreesden dat mij iets aangedaan zou worden, waren vooral de buitenlandse EU-afgevaardigden maar dit bleek allemaal flauwekul. Ik ben zelfs bij een dorpeling thuis uitgenodigd om daar te overnachten nadat hij hoorde dat ik Turks was, omdat hij mij perse als gast wilde. Voor de duidelijkheid: mij is die nacht helemaal niks slechts aangedaan en ik kreeg de beste gerechten en dranken aangeboden. 
 
En nu sta ik aan de vooravond van mijn tweede reis naar Armenië, ditmaal via Yerevan iets meer naar het noorden om te kijken hoe het daar is. De afstand met het oorlogsgebied in Karabağ zal groter zijn dan mijn eerste reis (toen ik er pal op zat in Tatev), dus dat zit in ieder geval wel snor. Echter, nu zal ik wel dicht bij de grens met Azerbeidzjan en Georgië zitten in het land-locked Armenië (dus een binnenstaat zonder een aangrenzende zee en compleet omgeven door het vasteland van andere landen). Net als met Azerbeidzjan in 1918, heeft Armenië namelijk ook met Georgië in 1918 een oorlog gevoerd om uitbreiding van Armeens grondgebied. Armenië won tegen Azerbeidzjan maar verloor toen van Georgië. 
 
Mede hierdoor heeft Georgië nu ongeveer een kwart miljoen Armeniërs binnen zijn grenzen wonen, terwijl Armenië minder dan duizend Georgiërs heeft. Een groot deel van de Armeniërs in Georgië woont in de provincie Javakheti aan de Georgisch-Armeense grens. Dus echt zonder angst en compleet ontspannen ga ik ook dit keer niet naar Armenië, maar mijn tweede reis (welke weer tien dagen zal duren) zal zonder twijfel weer veel nieuwe observaties, en dus informatie voor mij, betekenen. Ik ben benieuwd!
 
 
* Deze foto’s zou ik graag met de lezer willen delen, dus zal ik binnenkort een voorstelling hierover geven. Geïnteresseerden kunnen deze presentatie bijwonen of mij mailen op Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. .
 

Login of registreer om een reactie te plaatsen