Fout
  • JFTP::login: Unable to login
  • JFTP::write: Unable to use passive mode

Na mijn evaluatie van deel één van de documentaire over Turkije aan de hand van de Nederlandse correspondent in Istanbul Bram Vermeulen, is het nu tijd voor het tweede deel van de documentairereeks ‘In Turkije’: De mosselman. Het eerste deel werd uitgezonden op zondag 27 maart 2011, terwijl het tweede deel op zondag 3 april 2011 werd uitgezonden.

De documentaire begint meteen met de vermelding dat Turkije de visumplicht met meer dan 50 landen heeft geannuleerd, want volgens Bram ziet Turkije zich steeds meer als een regionaal grootmacht. Op zoek naar nieuwkomers gaat Bram naar het busstation, waar hij een gezin vindt wat net naar Istanbul is geëmigreerd. Het 12-jarig zoontje spreekt vloeiend Turks en ook zijn vader spreek goed Turks; waar ze precies vandaan komen, wordt niet vermeld. Dan komt er ineens een oudere vrouw, ogenschijnlijk de moeder van het gezin. Alhoewel zij ook Turks begint te praten, hapert ze na een tijdje en gaat ze over op een andere taal. De taal heeft wat weg van Arabisch, maar lijkt niet op een Koerdisch dialect. Het is eigenlijk typisch, in het oosten van Turkije worden vrouwen nog steeds zodanig onderdrukt dat ze niet eens uit huis mogen. Dit verklaart waarom ze geen Turks kunnen spreken, tenslotte is Turks (net als Nederlands hier) een verplicht vak op elke middelbare school. Een andere verklaring zou kunnen zijn dat de mannen vaker buiten komen, meer interactie hebben met mensen buiten het dorp (waar ze dan noodgedwongen Turks mee moeten spreken, net zoals een Marokkaan uit Nederland noodgedwongen Nederlands moet praten met iemand uit Zwolle die Nederlands is) en natuurlijk wel naar school mogen. Mannen moeten ook nog een diensplicht van 15 maanden afronden, waar ze nogmaals te maken krijgen met het Turks.

Afijn; zonder dat de afkomst wordt vermeld, gaat Bram er gemakshalve toch vanuit dat deze mensen (in het bijzonder het gezin) Koerdisch zijn. Wat op zich raar is, want nergens in de documentaire vraagt hij waar ze dan vandaan komen, dan wel wat voor etnische afkomst ze hebben. Dit is trouwens ook geen vraag wat men in Turkije bezigt. Bram gaat verder door te concluderen dat “Istanbul, waar naar schatting 2 tot 3 miljoen Koerden wonen, door de emigratie de grootste Koerdische stad van Turkije is geworden, en niet Diyarbakır.” Vervolgens praat Bram met iemand anders uit een koffiehuis die vermeldt dat hij uit Mardin komt, Mardin staat vooral bekend om de Assyrische / Arabisch-christelijke gemeenschap. Een minderheid in Turkije die niks te maken hebben met (islamitische) Koerden. Toch wordt ook Mardin bestempeld als Koerdisch. Het lijkt veel op “zoeken naar argumenten om je punt kracht bij te zetten”, maar daarbij worden simpelweg veel grove fouten gemaakt.

In hetzelfde koffiehuis weet een man te vertellen waarom hij naar Istanbul is gekomen: “Dorpen zijn verwoest en verbrand, mensen werden verdreven. Mijn huis is ook verbrand.” Hij voegt eraan toe “Wij zijn hier niet voor ons plezier!”, en zegt dat op een dusdanige manier dat er een grimmige sfeer ontstaat. De man zit duidelijk vol haat en woede, hij gaat verder met zijn tirade: “Wij zijn van huis en haard verdreven, sommige zijn naar Adana of Mersin gegaan, andere naar Istanbul. Ze zeiden dat we de dorpen binnen 1 week moesten verlaten. Tien jaar lang kon niemand de dorpen in, onze tuinen en velden verdorden. Veel mensen die niets misdaan hebben, werden beschuldigd dat ze steun verschaften aan de PKK. Er waren veel martelingen, mensen zijn ook gevlucht uit angst. 17.000 mensen zijn verdwenen, nog steeds is niemand teruggevonden. Veel mensen zijn gestorven in ons dorp. Maar toch zou ik teruggaan naar mijn dorp als er vrede was, ook al was ik genoodzaakt daar arm door het leven te gaan.”

Het zijn typische dingen die gezegd worden door fanatieke Koerdische nationalisten, er zijn echter geen bewijzen voor. Het slaat ook eigenlijk geen plank, sterker nog: het slaat alle planken mis. Want als de dorpen (wegens vermoedens dat ze de PKK logistiek steun gaven) werden omsingeld, waarom zouden de tuinen en velden dan verdorren? Hadden de omsingelaars ook de wolken en regenbuien buitengesloten? Het is een typisch geval van “één iemand haten en hem of haar de schuld willen geven van alles”. Aan de andere kant kunnen er best mensen die onschuldig waren, beschuldigd zijn van steun aan de PKK. Deze mensen zullen bij een gebrek aan bewijs ook vrijgesproken zijn. Wat is dan het probleem? Dat er veel martelingen, vluchtelingen, verdwenen personen zijn, kan ook best de waarheid zijn. Maar de vraag is dan wie dat heeft gedaan? Want de PKK staat bekend om ontvoeringen van jonge kinderen die ze dan opleiden tot koelbloedige zelfmoordcommando’s. Ouders die hun kinderen willen beschermen worden daarbij gemarteld en ik kan me voorstellen dat sommige ouders uit angst hiervoor vluchten. Het is dus niet zo dat alle angst gericht is op één partij en dat de ander partij niks doet. Het is nu eenmaal een felle strijd in Zuidoost-Turkije en die guerrillaoorlog heeft al aan bijna 30.000 mensen het leven gekost. Dat een groot deel daarvan bestaat uit onschuldige burgers is helaas een bijwerking van oorlog, dat is zeer betreurswaardig en niet goed te praten. Wiens schuld dat is, is ook moeilijk vast te stellen daar alle partijen de schuld opschuiven naar de tegenpartij.

Als Bram dan rondwandelt in de buitenwijken van Istanbul, moet hij concluderen dat de migranten in Istanbul “hun dorpscultuur hebben verplaatst naar de grote stad, alsmede de normen en waarden van het dorp.” Wat houdt dit precies in? Het betekent in praktijk, precies zoals er ook te zien is in de documentaire, dat er ineens koeien en geiten en kippen rondlopen op straat. Het is werkelijk waar een botsing van culturen. Niet zozeer een botsing van de ‘Turkse cultuur’ met de ‘Koerdische cultuur’, maar meer één van een achtergebleven ‘dorpse cultuur’ met een ontwikkelde ‘stadsmentaliteit’. Iets wat Bram niet lijkt door te hebben, omdat hij veel van die dorpelingen toch wenst te bestempelen als ‘Koerden’. Dit terwijl de mensen zelf dit geen één keer gebruiken, het is echt zoeken naar argumenten van Bram. Het vervelende is echter dat hij hierbij gebruik maakt van populistische uitgangspunten die gebaseerd zijn op vooroordelen en veralgemenisering. Niet elke Turkse burger in Zuidoost-Turkije is Koerdisch, er leven ook Arabische en Assyrische minderheden, maar nog belangrijker is nog dat in geen van de zuidoostelijke provincies Turken met een Koerdische achtergrond een meerderheid vormen.

Een belangrijk moment waarbij Bram door de mand valt, is als hij in de stad Istanbul het district Beylikdüzü bezoekt waar in de wijk Gürpınar een stel duikers spreekt. Eén van de duikers deelt hem mede dat “bir çok kişinin geliri bu işin üzerinde odaklanmıştır.” Een vertaling van deze Turkse zin zou zijn: “Het inkomen van zeer veel mensen is afhankelijk van dit werk.” Kenners van de Turkse taal zullen dan ook zien wat voor een propaganda-trucje er wordt gebruikt als de vertaling opduikt als: “Veel Koerden verdienen hun geld hier.” Sorry? “Veel Koerden”??? Wanneer kwam het woord ‘Koerd’ voor in die zin dan? Erg frappant te noemen, vooral als de duikers enkele minuten later zelf het woord nemen: “We zijn allemaal Turken.” Huh? Waarom noemde de ondertiteling ze net nog ‘Koerden’ dan? Nu zal je van dezelfde Bram, die ondanks zijn gebrek aan bevindingen en argumenten toch alle Zuidoostelijke Turken wil aanduiden als ‘Koerden’ om zijn overtrokken en onjuiste conclusie fier overeind te houden, horen dat “ze wel degelijk Koerdisch zijn, maar dit niet durven toe te geven”, of dat “ze bedoelen dat ze Turkse staatsburgers zijn en niet dat ze etnisch gezien Turks zijn”. Maar waar baseer je deze uitspraken op? Waarom ga je daarvan uit? Wellicht zijn het wel gewoon Turken, net zoals de Turkse volkszanger Mahmut Tuncer zei in een interview:

“Veel mensen denken dat mijn accent een Koerdisch accent is, maar dat is zeker niet! Ik ben geen Koerd, ik ben Turkmeens en mijn accent is een typisch Şanlıurfa-accent (een stad in het zuidoosten red.).”

Ook ik kan dit beamen; de meeste Turken die ik ken uit Gaziantep, Diyarbakır, Şanlıurfa en omgeving (allemaal steden in het zuidoosten van Turkije), hebben een accent wat overkomt op mij alsof het een Koerdisch accent is. Navraag leert echter, dat vrijwel alle mensen die daar wonen een dergelijke uitspraak hebben en dat dit niks te maken heeft met de etniciteit. Het is gewoon een accent wat heerst in die regio’s, net zoals er een zachte g heerst in Brabant. Dit wil echter niet zeggen dat alle mensen in Brabant van oorsprong een andere etniciteit hebben, want een Marokkaanse gastarbeider die toevallig daar is geboren en getogen spreekt met dezelfde zachte g. Bram tuint er dus met open ogen in, in de typische Koerdische verhalen die niks met de werkelijkheid te maken hebben. Niet iedereen die met een zuidoostelijk accent spreekt of uit het zuidoosten van Turkijen komt, is Koerdisch. Jammer genoeg heeft jarenlange indoctrinatie door de Koerden ertoe geleid dat dit beeld heerst in West-Europa. Ik moet er wel bij zeggen dat in het geval van deze documentaire de mensen dit zelf niet doen. Het komt volledig op conto van de vooroordelen en indoctrinatie van Bram zelf. Jammer dat hij niet eerst heeft onderzocht of het allemaal wel klopt wat hij denkt.

Terugkomend op de duikers, die Bram mosselvissers noemt zonder dat zij dit zelf doen maar in dit geval krijgt Bram wel gelijk omdat ze later inderdaad te zien zijn met zakken vol mossels, maakt Bram een gedeeltelijk terechte opmerking. “Het verhaal over Koerdische mosselvissers is een heel ironisch verhaal. Koerden zijn een bergvolk en hebben niks met de zee te maken. Ze hebben geen zee in het zuidoosten van het land, waar ze vandaan kwamen.” De opmerking is deels misplaatst, omdat de Koerden inderdaad veelal bergvolkeren zijn maar wel gecentreerd zijn rondom het Van-meer, de Eufraat en Tigris. Hierdoor hebben ze wel degelijk veel ervaring met water, de overstap van een grote rivier en groot meer naar de zee is dan ook snel gemaakt. De verklaring van Bram dat “Koerden dit van de Armeniërs schijnen te hebben geleerd” slaat eigenlijk nergens op, omdat de Armeniërs hun thuisbasis rondom Ağrı Dağ (beter bekend als Berg Ararat) hebben. De Armeniërs zijn dus net zo erg woonzaam in de bergen als de Koerden, met als kanttekening dat de Armeniërs ook het Van-meer claimen als hun thuisgrond en enkele eeuwen terug de Middellandse Zee bereikten via Adana. Hetzelfde Adana waar, volgens de man in het koffiehuis, veel Koerden naartoe zouden zijn geëmigreerd. Bram gaat nog verder door te vertellen dat Istanbul “sinds de tijd van de Grieken de ‘Gouden Appel’ wordt genoemd”. Nu is de term ‘Gouden Appel’ een term die de Turken al in Centraal-Azië gebruikten toen ze nog niet naar Anatolië geëmigreerd waren. De legeraanvoerder kreeg een gouden bol aan zijn tent, zodat iedereen wist waar hij sliep. Deze gouden bol werd bij de Turkse volkeren symbool voor de ultieme macht en werd middels de Osmaanse Turken rond 1453 gebruikt om Istanbul aan te duiden omdat die stad gezien werd als de machtigste stad in de regio. De Grieken hadden er dus niet zoveel mee te maken.

Interessanter is de dialoog tussen de mosselvissers en Bram; de mosselvissers stellen dat er een mosselkwekerij is geopend in Gürpınar en dat er daarom bijna geen mossels meer zijn. “Het is verboden hier op mossels te vissen, vroeger kon het wel.”, stelt één van de mosselvissers woedend. Het is bijna lachwekkend hoe dit wordt gesteld, want naar mijn weten zorgt een mosselkwekerij er juist voor dat er meer mossels gekweekt worden. Een plausibelere verklaring voor het gebrek aan mossels en een verbod erop zou dan ook eerder zijn dat de duikers te fanatiek bezig waren met mossels opduiken. Zodoende zijn de mossels niet meer te vinden en is er besloten tot een verbod op het opduiken van mossels. Het feit dat er een mosselkwekerij is geopend zou ook hierin passen omdat de Gemeente Istanbul graag de mossels zou willen redden van uitsterven en dus meer mossels wil kweken om de aantallen weer op het oude niveau te brengen.
Toch vervolgen de mosselvissers hun verhaal. “Ze willen ons uit Istanbul verjagen. Ze zeggen: Ga maar terug naar je dorp! Eerst zijn we daar verjaagd en nu willen ze ons hier weg hebben.” Wie “ze” dan precies is, wordt niet helemaal duidelijk totdat Bram ernaar vraagt:

Bram: “Wie?”
Mosselvisser: “De staat.”
De andere mosselvisser springt hem bij, maar blijft de rest van het gesprek stil met een diepe blik vol haat in zijn ogen: “De Turkse staat.”
Bram: “De Turkse staat? Ben jij dan geen Turk?”
Mosselvisser: “We zijn wel allemaal Turken. Maar er is discriminatie. Ze discrimineren ons. Ze kijken of je Koerd of Turk bent.”
Bram: “Wie?”
Mosselvisser: “De politie en de kustwacht.”
Bram: “Wat doen die dan?”
Mosselvisser: “Ze schrijven boetes uit. En die boetes lopen steeds op. Het begint met 500 dollar, de tweede keer 1000, daarna 2000 en uiteindelijk 4000 dollar. Maar als je wordt opgepakt, krijg je thee en kun je weer gaan. Het is verboden, maar wij doen het toch. We verdien er ons brood mee.”

Uit dit gesprek kan je enkele conclusies trekken. Ten eerste is het duidelijk dat sommige mensen een diepe haat koesteren tegen de staat, zelfs bij incidenten waar de staat niks mee te maken heeft. Een andere conclusie is dat er voor het gemak ervan wordt uitgegaan dat alle migranten die vanuit het oosten naar Istanbul zijn gekomen, van Koerdische komaf zijn. Het is echter maar de vraag of dit ook zo is, zoals ik eerder ook al heb uiteengezet. Belangrijker is echter dat uit de woorden van de mosselvisser niet duidelijk is wie “ons” is. Hiermee kan hij bedoelen dat het om gelukzoekers in Istanbul gaat, oftewel migranten die naar Istanbul zijn getrokken en nu door middel van illegale klusjes hun brood proberen te verdienen. Deze optie is dan ook veel plausibeler dan de insinuatie van Bram dat het gaat om ‘burgers van Koerdische komaf’, want dat is iets wat de kustwacht en politie niet op het eerste gezicht kunnen controleren. Het is namelijk niet zo dat Turken van Koerdische komaf uiterlijk verschillende kenmerken hebben, zoals bijvoorbeeld de Surinamers, Antilianen, Marokkanen en Turken in Nederland. Ik durf zelfs vol overtuiging te zeggen dat discriminatie op basis van uiterlijk veel vaker voorkomt in Nederland door de Nederlandse politie dan in Turkije. Maakt dat Nederland een fascistische staat die het liefst wil dat alle allochtonen terug gaan?

Afijn, wellicht het belangrijkste argument is nog dat de mosselvissers blijk geven dat ze ervan bewust zijn dat duiken naar mossels illegaal is en dat de mossels beschermd worden. Toch duiken ze naar mossels en gaan ze ermee door. De oudste van de mosselvissers zegt zelfs: “Mossels zijn vrij duur, we verkopen ze aan restaurants en cafe’s want ze zijn lekker en iedereen eet ze.” Dit zou verklaren waarom ze ermee doorgaan, het is een typisch geval van snel rijk worden. Dat ze hiermee de natuur schade berokkenen, een belangrijk natuurgebied van Istanbul grote schade berokkenen en zelfs de mossel met uitsterven bedreigen, schijnt ze totaal niet te deren. Is dit dan de ‘dorpscultuur’ waar ze op doelen? De ‘het interesseert me niet, want ik ben hier toch maar tijdelijk’-mentaliteit noem ik ook wel ‘asociaal’ en ‘egoïstisch’. En dat is precies wat deze mosselvissers zijn; het feit dat ze vol trots nog zeggen dat ze steeds hogere boetes krijgen maar toch ermee doorgaan, zegt ook voldoende. Deze mensen verdienen genoeg geld om een boete van 4000 dollar te betalen! “We houden stug vol, we gaan terug. Elke drie dagen krijg ik een boete maar dan stuur ik ze een zak mosselen (ter waarde van dat bedrag red.).”

Hoe bedoel je, er zit geld in mosselen?! Los daarvan, hun argument om mosselen te vissen is er één van propaganda a la Goebbels. Eerst proberen ze medelijden te kweken door te stellen dat “er vooroordelen heersen” en dat “de politie en kustwacht ze proberen te verjagen”. Arme Bram krijgt het beeld van “de grote boze Turk tegen de hulpeloze Koerd”, maar dan stellen de mosselvissers dat als ze opgepakt worden, er niks gebeurt. Er vinden geen martelingen plaats, ze worden niet uitgescholden, ze krijgen geen pak slaag, ze worden zelfs niet hard toegesproken. Nee; het enige wat er gebeurt, is dat ze thee krijgen aangeboden op het politiebureau. Dit kan weer twee oorzaken hebben; zelfs de politie heeft medelijden met ze en biedt ze uit vriendelijkheid thee aan of, wat waarschijnlijker is, de politie kan ze niet aanpakken omdat ze bang zijn dat er weer een Europees rechtszaak aankomt op basis van valse aanklachten dat “de Turkse politie Koerden discrimineert”. Het is om van te huilen. Denk er eens goed over na. Een migrant vist de zee leeg, maakt er disproportionele winsten op, helpt enkele vissoorten met uitsterven en jij als politie mag hem niet aanpakken omdat hij een bepaalde afkomst heeft. Dat is toch te jammer voor woorden! Het heeft er alle schijn van dat deze mosselvissers op de hoogte zijn van de grote sympathie die er in Europa heerst jegens Koerden, mede door jarenlange gelobby van Koerdische organisaties op basis van valse getuigenissen, en deze joker proberen te gebruiken in hun illegale activiteiten. Het feit dat de Marmara Zee bijna geen mosselen meer heeft, geeft ook aan dat deze drie mosselvissers deel uitmaken van een veel groter geheel. Want met drie mosselvissers kan je niet de hele zee leegvissen, er is dus vrijwel zeker sprake van een strakke georganiseerde groep. Het zou mij zelfs niks verbazen als de PKK erachter zit, de disproportionele winsten kunnen dan namelijk vrij gemakkelijk doorgesluisd worden naar de PKK.

Dat sommige mensen nu zullen stellen dat "die arme mensen niks anders kunnen dan illegaal werken omdat verder nergens werk kunnen vinden", moet ik middels dezelfde documentaire teleurstellen. Meteen na de mosselvissers worden er Afrikanen getoond die aan het voetballen zijn. Ze blijken een overeenkomst met de lokale voetbalclub-faciliteitencentrum Feriköy Futbol Tesisleri te hebben gesloten, waardoor ze daar mogen trainen. Overigens net als enkele oude Turkse vrouwen die daar om het voetbalveld heen wandelen als hobby. De Afrikanen en vrouwen praten met elkaar en hebben het naar hun zin, althans zo laat de documentaire het zien. Eén Afrikaan merkt daarbij op dat hij net naar Turkije is gekomen op zoek naar werk als voetballer, maar dat hij in zijn vrije dagen (dus de dagen wanneer hij niet traint) werk zoekt. Hij wast onder andere borden in een restaurant voor tien dollar per dag. Net als zijn Afrikaanse lotgenoten spreekt hij geen Turks maar hij laat zien dat hij snel leert. Lachend pocht hij met zijn woordenschat en stelt dat hij “de taal probeert op te pikken, en dat lukt vrij makkelijk want het heeft te maken met werk en concentratie.” Het is een open deur intrappen, maar hieruit blijkt dat er wel degelijk werk is in Istanbul.

De migranten uit Zuidoost-Turkije hebben echter geen echte armoede gezien, zoals deze Afrikanen, en stellen dat tien dollar te weinig is. Ze storten zich daarbij liever in het criminele circuit, iets wat zorgt voor een negatieve beeldvorming bij de inwoners van Istanbul. Want die denken, geheel terecht, natuurlijk waarom de Afrikanen wel rustig in Istanbul kunnen werken zonder de natuurgebieden van Istanbul schade te bezorgen en de zuidoostelijke Turken (of Turken van Koerdische komaf) dit niet schijnen te kunnen. Voor de laatste categorie schijnt criminaliteit de eerste optie te zijn. Dit kan deels te maken hebben met het feit dat ze meer geld nodig hebben, omdat ze ook meer kinderen hebben. Al jaren wordt dit punt gehekeld in Turkije, onder de Koerdische stammen in Turkije wordt er bijna geen gebruik gemaakt van anticonceptiemiddelen, terwijl de PKK juist al jaren propaganda maakt voor meer kinderen zodat “Koerden zo na 50 jaar nu eindelijk de meerderheid kunnen vormen in sommige regio’s van Turkije”. Aan de andere kant is het dezelfde PKK die Koerden juist aanspoort en zelfs dwingt om de criminaliteit in te gaan, vooral in grote steden als Istanbul. Zodoende kan de PKK de Koerden namelijk afpersen om zo zelf ook inkomsten te vergaren; tien dollar per dag is moeilijk af te staan maar 5000 dollar per dag aan mosselen is makkelijk af te persen. Aan de andere kant is het natuurlijk ook een vorm van mentale oorlogsvoering, provocatie en haat zaaien. Door de natuurgebieden van Istanbul schade te berokkenen, ontstaat er een steeds grotere kloof tussen Turken en Koerden omdat de één het tegen elke prijs wil beschermen en de ander het wil vernietigen om er aan te verdienen. Deze kloof zorgt weer voor een voedingsbodem voor recrutering door de PKK, welke propageert dat de Turken een “grote hekel hebben aan Koerden”. Dit terwijl het de vooroordelen zelf in de hand werkt om het vervolgens in zijn voordeel te gebruiken.

Bram ziet dit tenslotte ook als hij naar de wijk Kumkapı in Istanbul gaat, deze wijk zat van oorsprong vol met Grieken en Armeniërs en stond bekend als een luxe en deftige wijk vol met rijke handelaren. “Nieuwkomers hebben de wijk laten verloederen.”, zegt Bram er nu over. Hij verwijst naar de migranten uit Zuidoost-Turkije en spreekt in dat kader met een pensioneigenaar: “Als er werk zou zijn, zouden ze (verwijzend naar de nieuwkomers in Istanbul red.) niet stelen. Mijn eigen zoon zit vast voor drugs-, pil- en wapensmokkel, alsmede verkoop. Hij is in Elazığ (een stad in Zuidoost-Turkije red.) met cocaïne en marihuana opgepakt. Maar als er werk was, had hij dat niet gedaan.”

Nu snapt iedereen wel dat dit gewoon een drogreden is, de zoon heeft dit niet gedaan uit een gebrek aan geld. Zijn vader heeft nota bene een pension waar tientallen mensen logeren, desnoods kon hij zijn vader helpen. Het feit dat de zoon meteen begint met drugs- en wapensmokkel, geeft ook aan dat het geen eerste keus was. De eerste keus zou nog altijd mosselvisserij zijn dan, denk ik dan. Om met drugs en wapens bezig te zijn, moet je al bepaalde connecties hebben in het criminele circuit want waar vind je anders de wapens en/of drugsvoorraden? Het voorbeeld van de pensioneigenaar versterkt dus alleen maar mijn opmerkingen dat het geen incidenten zijn.

Hetzelfde geldt voor een jongeman die door de politie wordt aangehouden en vervolgens zijn verhaal kwijt wil aan Bram: “Ze hebben me alleen maar aangehouden omdat ik Koerdisch muziek luisterde, dat doen ze altijd want bij een Koerd denken ze gelijk aan drugs, terrorisme, PKK etc.. Elke dag. De staat behandelt Turken en Koerden verschillend. Omdat in deze wijk veel Koerden wonen krijgen Koerden overal de schuld van, alsof iedereen in de heroïnehandel zit. Omdat ik netjes praat, laten de agenten me met rust.”

Het feit dat het om een negentienjarig ventje ging die een nieuwe, spierwitte, spiksplinternieuwe Audi A3 uit 2009 of 2010 ging, werd voor het gemak weggelaten. Elk agent zal een jongetje van 19 die in een auto ter waarde van 40.000 euro rijdt, aanhouden. Want hoe komt zo een jongen aan een dergelijke bak? Vooral als het om een auto gaat in een wijk waar, volgens de pensioneigenaar van enkele minuten terug, “criminaliteit alom heerst” en er “elke dag wel vechtpartijen zijn waar de politie op afkomt”. Ook dit laat weer zien hoe bepaalde Koerdische criminele bendes de situatie naar hun hand proberen te zetten, ze zoeken naar argumenten om hun onjuiste standpunten kracht bij te zetten en laten daarbij de werkelijkheid weg. De agenten hebben het juist aangepakt, in elk land zou dit ventje aangehouden worden. Het feit dat de Turkse politie niks kon vinden in zijn auto en hem liet gaan, laat al zien dat het niks te maken heeft met discriminatie of racisme. Dat bepaalde fanatieke Koerden c.q. PKK-leden dit toch zo proberen te laten zien, heeft alles te maken met het vinden van de volgende lichting PKK-recruten en het uitbreiden van de Europese sympathie. Los daarvan mag het werk van één agent überhaupt niet worden afgerekend als “de staat behandelt mij slecht”. Toen ik tijdens een voetbalwedstrijd een knuppel kreeg van een ME-agent, was dat toch omdat de man achter mij vervelend deed en de agent dacht dat ik het deed. Ik concludeer dan toch niet dat, vanwege het feit dat de man achter mij Nederlands was en ik Turks, de agent liever mij sloeg vanwege mijn Turkse achtergrond en dat dit dus betekent dat de Nederlandse staat discrimineert en/of onderscheid maakt?!

De afronding van de documentaire gaf nog meer spectaculaire voorbeelden van hoe erg sommige onjuiste vooroordelen leven onder Turken van Koerdische komaf jegens etnische Turken.

Dezelfde man die aan het begin van de documentaire meldde dat hij “niet voor zijn plezier in Istanbul zat maar omdat zijn dorp was platgebrand” en daardoor een grimmige sfeer veroorzaakte, wist nu dit te melden: “Eerst zeiden ze: ‘Jullie zijn Turk!’ Maar we zijn Koerden. Al honderd jaar proberen ze ons te dwingen om Turk te worden. Zei Atatürk dat? Ja. Atatürk, zijn broers en kinderen. Ik hou niet van Atatürk. Hou jij van iemand die jouw taal en cultuur verbiedt. Hou jij van iemand die jou verdrijft van jouw geboortegrond? Hou jij van iemand die je niet als mens behandelt? Natuurlijk niet!”

Nu, we kunnen weer beginnen met de evaluatie. In Turkije is er in de jaren ’30 en ’40 , volgens een groot vooroordeel, ooit gezegd dat “Koerden Bergturken zijn”. Ikzelf heb dit niet terug kunnen vinden in geschiedenisboeken uit die tijd. Het lijkt dan ook op een broodje aap verhaal. Echter, de term klopt in principe wel. Volgens de Turkse grondwet is “eenieder die leeft in Turkije of een binding heeft met Turkije, ook wel te noemen ‘een Turk’.” Hieruit blijkt dus dat het vooral gaat om een gemeenschappelijke cultuur en geen raciale of etnische kenmerken van een volk. Het woord ‘Turk’ betekent dus simpelweg ‘inwoner van Turkije’ en heeft geen raciale of etnische kenmerken. Ook al proberen sommige fanatieke Koerden te doen alsof “de Koerdische identiteit wordt ontkent omdat er in de Turkse grondwet geen melding wordt gemaakt van Koerden”. Welnu, in de Nederlandse grondwet wordt er geen melding gemaakt van Turkse gastarbeiders, die in de Randstad toch een goede 40% opmaken. Betekent dit dat Nederland ze ontkent? Nee, natuurlijk niet! Sommige dingen zet je nu eenmaal niet in de grondwet, maar in aanvullende regels en wetten. Wat wel in de grondwet hoort, is het feit dat iedereen in een bepaald land dezelfde rechten en plichten heeft, alsmede het feit dat discriminatie niet getolereerd zal worden. In zowel Turkije als Nederland zit dit wel snor, dus laten we alstublieft ophouden met deze broodje aap-verhalen. Terugkomend op de term ‘Bergturken’; zoals Bram ook al zegt, leven de Koerden al eeuwenlang vooral in de bergen. De term ‘Bergturken’ is dan ook niks anders dan een verwijzing naar Turken die op een bepaalde manier leven in een bepaalde regio van Turkije. Een term die vergelijkbaar is met ‘Tukker’ (Twente) of ‘Superboeren’ (Doetinchem) in Nederland.

De rest van de woorden van de verbitterde man  in het koffiehuis zijn doorspekt met een zekere hersenspoeling jegens Atatürk, want geen van de dingen die hij opnoemt zijn geïnstigeerd door Atatürk. Zo bestond de Republiek Turkije honderd jaar geleden nog niet eens in 1911, laat staan dat Atatürk toen al staatshoofd was of dat er onderdrukking was door Turken. Dit omdat in 1911 zowel de Turken als de Koerden onder het regime van het Osmaanse Rijk (1299-1923) leefden waar er geen aandacht was voor etniciteit en/of nationaliteit maar voor religie. Daar de Koerden en Turken beide moslim zijn, was er toen nog geen sprake van onderdrukking. Het land Turkije als een republiek ontstond pas enkele decennia daarna. Maar zelfs in de jaren ’20 en ’30 heeft Atatürk nooit gezegd dat “Koerden gedwongen moeten worden om Turks te worden”. Sterker nog, Atatürk speelde in het begin met het idee om Koerden een soort van autonomie te geven, totdat ene Diyap Ağa uit Tunceli (toen nog Dersim) parlementariër werd in Turkije rond 1923 en hevig protesteerde. “Tunceli zou tot op het bot Koerdisch zijn en daarom zou men hier een Koerdisch bestuur willen, toen ik dit hoorde werd ik pisnijdig! Wij zijn geen Koerden, wij zijn Turken! Toen Turkisme in het gevaar kwam, deed ik mee aan de Onafhankelijkheidsoorlog!”

Omdat Diyap Ağa namens Tunceli parlementariër werd, zelf de leider was van een grote Koerdische stam en met een overgrote meerderheid werd verkozen door de inwoners van Tunceli, kunnen we stellen dat hij zijn uitspraken stoelde op de heersende consensus in Tunceli (een stad met een vrij grote Koerdische gemeenschap in Turkije). Atatürk zelf heeft dus nooit iemand gedwongen om zich te “turkificeren”, het waren de vertegenwoordigers zelf die dat opperden (wellicht uit een motivering om een wit voetje te halen bij de regering, maar dat is niet meer met zekerheid te stellen). Dat de broers en kinderen van Atatürk dit hebben laten voortduren is ook onjuist, daar Atatürk geen broers en/of kinderen had. Hiermee komt al snel aan het licht dat we te maken hebben met iemand die geen verstand van zaken heeft en slechts herhaalt wat hij van anderen heeft gehoord. Dingen die gestoeld zijn op onjuiste beweringen. Zo is de Koerdische taal en cultuur nooit verboden geweest en is degene die hem van zijn geboortegrond heeft verdreven, waarschijnlijk een officier uit de jaren ’90; ruim 60 jaar nadat Atatürk aan de macht was in Turkije. Dat hij dit toch terugvoert op Atatürk, is weer een simpel staaltje van haat zaaien.

De fanatieke man gaat echter nog verder door te stellen dat in het koffiehuis waar hij zit, dat volgens hem ook vol zit met zijn familieleden terwijl het pas een uur of 14 ’s middags is, een portret van Atatürk verplicht is. “Anders wordt de tent gesloten en word je opgepakt.” Dat is wel een onstuimige bewering van een man wiens familieleden net voor de camera liepen te pochen dat ze illegaal werkten als mosselvissers en “maling hadden aan een boete van 4000 dollar”. Waarom zou deze boete dan wel van belang moeten zijn? Het is totaal niet logisch. Het is dan ook een manier om Turkije zo slecht mogelijk of te schilderen, alles zou verboden zijn en niks wordt getolereerd. Dit terwijl zijn neefjes net nog vertelden dat ze alleen maar een theetje aangeboden kregen als ze opgepakt werden. Waar is de consequentie in hun verhalen? Het zit vol met discrepanties, maar tussen de regels door lees je de haat en zwartmakerij die gebaseerd is op niks anders dan flauwekul. Indien een portret van Atatürk verplicht is, dan zou ik graag die wet eens willen zien. Indien de politie dit controleert, zou ik daar graag voorbeelden van willen zien. En ik zou van die man willen weten waarom hij stelt dat hij geen werk kan vinden, maar ondertussen om 14 uur ’s middags in een koffiehuis een kaartspelletje kan spelen terwijl zijn neefjes vissen naar mosselen. Waarom gaat hij niet de straat op om te werken? Hoeft hij dat niet omdat zijn neefjes met 4000 dollar per zak vol mosselen genoeg verdienen? Of is hij gewoon lui? Waarom kan de Afrikaan wel werk vinden en deze man niet? De Afrikaan kan geen Turks spreken en deze man wel, toch beweert deze man dat niemand hem werk gunt. Het lijkt mij allemaal erg vergezocht en de simpele verklaring dat deze man niet wil werken, lijkt mij veel logischer. Zijn doel is om simpel geld te verdienen, het liefst illegaal, en door provocatie en haat zaaien de kloof tussen Turken en Koerden te vergroten. Niks meer en niks minder. Iemand die wil werken, kan heel makkelijk een baan vinden in Istanbul; hij gaat dan niet de hele dag gokken in een koffiehuis en praten over hoe slecht hij het wel niet heeft. Kom op zeg!

Deze provocatie en ‘haat zaai’-gedrag komt ook naar voren in het voorbeeld dat meteen hierna wordt getoond over een Koerdisch bruiloft. Daar wordt met Koerdische vlaggen gezwaaid en dat is toch jammer. Waarom moet iets moois (namelijk liefde), toch een politiek tintje krijgen? Wat is het nut daarvan? Ik kan aan niks anders denken aan provocatie. Vooral als je luistert naar wat er gezongen wordt door een band gedurende deze bruiloft: “Altijd wordt Apo (de terroristenleider van de PKK, verantwoordelijk voor meer dan 39.000 doden red.) aanbeden! Oh grote Apo! Je bent een held! De leider van ons allemaal, oh oneindige held Apo!”

Bram voegt eraan toe: “Er wordt openlijk gezongen over de PKK, in de stad, terwijl de politie elk moment kan langskomen.” En dit geeft precies de situatie aan in Turkije. Indien de politie komt, zullen de bruiloftgasten meteen profiteren door te rellen. Dit wordt dan weer doorgespeeld via de Koerdische propagandazenders naar Europa en de hele wereld hoort over “de Turkse politie die een Koerdische bruiloft wilde tegenhouden, simpelweg omdat het Koerden betrof.” Niks is minder waar, het gaat om een zekere provocatie om de kloof tussen Turken en Koerden zo wijd mogelijk te houden. Want waar er geen kloof meer is, heeft de PKK geen voedingsbodem meer. Geen voedingsbodem betekent geen beheer meer over de criminele activiteiten waar ze nu in verwikkeld zijn, wat zich vertaalt naar geen controle meer over de drugs- en wapensmokkel en dus geen geld meer. Dat Bram er voor de zoveelste keer intuint gedurende deze documentaire, laat hij weer zien als hij de PKK probeert uiteen te zetten maar geen enkele keer de term “crimineel” of “terroristisch” noemt. Hij vindt het slechts een “militante organisatie”.

Het contrast tussen deze achtergebleven dorpscultuur (waar een bruiloft op straat wordt gevierd) en de stadsmentaliteit van Istanbul, laat Bram goed zien door te zeggen dat “deze bruiloft net zo goed drie eeuwen geleden had kunnen plaatsvinden, en slechts enkele meters verder dansen Turkse jongeren de nacht tegemoet in hun nachtclubs.”

Als laatst gaat Bram met iemand mee naar huis en zodra deze de televisie aandoet, is er een goede ontvangst van Roj TV: een extreem-Koerdisch televisiezender met sterke banden met de PKK. Zodra er gezapt wordt naar Roj TV, zie je ook meteen terroristen in guerrillakledij de bergen beklimmen. Volgens de zender zijn dit “de nieuwe lichting helden die strijden tegen Turkije”. De huiseigenaar gaat zelfs nog verder. “De Koerdische zender vertelt de waarheid. Kijk, dat is Abdullah Öcalan. Turkse zenders laten hem niet zien. Hij is de eerste leider van het Koerdische volk. Öcalan is ons heel dierbaar. Hij heeft goede dingen gedaan voor de Koerden. Hij kwam op voor de Koerden. Nu heeft hij levenslang.”

Hij ‘vergeet’ wel even te melden dat Öcalan levenslang heeft omdat hij opdracht gaf tot bomaanslagen, ontvoeringen, verkrachtingen en aanslagen waarbij in totaal 39.000 mensen omkwamen. Hieronder ook talrijke toeristen, zo werden drie Duitse toeristen ontvoerd maar ook de Nederlandse toerist Jan Maarten Mos. Öcalan is dus gewoon te vergelijken met Osama Bin Laden. Verder viel bij Roj TV meteen het militaire karakter op. In slechts enkele minuten werden jonge vrouwen getoond in legerkledij “klaar om te strijden tegen Turkije”, de terroristenleider Abdullah Öcalan en nog veel meer andere militanten. Allemaal vergezeld van agressieve teksten en leuzen.

Het enige lichtpuntje in deze documentaire kwam toen Bram aan de kleine kinderen van deze PKK-aanhanger vroeg welk zender ze liever bekeken. “Ik kijk liever Turkse zender.”, zei het kleine meisje van niet ouder dan 12 jaar, “Ik begrijp niet zo veel Koerdisch. Ik kan het niet lezen, maar ik kan het wel een beetje spreken.” Haar vader, de PKK-aanhanger van weleer, onderbreekt het gesprek: “Ze beheerst haar moedertaal niet. Stel je voor. Dat is ernstig want ze spreekt Turks en geen Koerdisch.” Een situatie die vergelijkbaar is met de gastarbeiders in Nederland. Zij zijn vanuit Marokko of Turkije naar Nederland gekomen en dienen nu Nederlands te spreken. Hetzelfde geldt voor deze mensen, ze zijn vanuit hun Koerdische dorp naar Istanbul gekomen en dienen nu Turks te spreken. Bram moet de man dan ook vragen zich niet langer in het gesprek te mengen.

Bram: “Spreek je op school Turks?”
Het kleine meisje van 12 jaar: “Ja, op school Turks. Ik wil lerares worden, ik wil later mijn leerlingen ook dingen bijbrengen.” Het kleine meisje rept met geen woord over buitensluiting door haar klasgenoten of haar docenten. Dus wat blijkt? Als je meedraait in de Turkse samenleving, de taal spreekt en hard werkt; dan zijn er gelijke kansen voor iedereen. De vader doet natuurlijk nog een laatste gooi om nog meer anti-Turkse propaganda in de strijd te gooien: “Ik heb de middelen niet om haar te laten studeren. Nu kan ze nog naar school. Daarna heb je luxe scholen en daar heb ik het geld niet voor. Daarom kan ze niet studeren.”

Het lijkt een smoes om haar niet te willen studeren. Binnen de dominante mannencultuur van de Koerden, is er geen plek voor meisjes en vrouwen die verder willen studeren. Het meisje krijgt moed door de aandacht van Bram en gaat steeds verder: Meisje: “Ik wil lerares Turks worden.” Bram: “Maar je bent toch Koerdisch?” Meisje: “Koerden hebben rechten, maar Turken ook! Ik houd van het Turks. Turken zijn net als wij. Dat zijn ook mensen. We moeten natuurlijk van elkaar houden.”

Dit geeft aan dat het kleine meisje slimmer blijkt te zijn dan haar vader en Bram bij elkaar. Ze ziet in dat Turken natuurlijk ook rechten hebben. Turken verdienen het niet om afgeslacht te worden, om zich een buitenlander te voelen in hun eigen land en ze hebben het recht om van iedereen te eisen dat ze algemeen beschaafd Turks spreken. Weer probeert de vader te interveniëren: “Als zij later lerares wordt, kan ze in het oosten werken. Daar zijn veel jongeren die geen Turks spreken.”

Dat klopt helemaal; juist daarom hanteert Turkije al jarenlang een regel dat iemand die wil werken als leraar, deze eerst verplicht een paar jaar in Oost-Turkije moet werken. Dit om de simpele redenen dat daar meer behoefte is aan leerkrachten, maar bijna niemand daar wil werken. Dit omdat de PKK altijd deze leerkrachten vermoordt, volgens de PKK moeten de leerlingen “Koerdisch leren en geen Turks.” Dat Koerdisch ook gewoon te leren is, maar in veel gevallen niet als verplicht vak, schijnt de PKK niet te deren in hun moordlustige drijven om docenten om te brengen. Dit nog naast het feit dat veel mensen in het oosten sowieso al Koerdisch spreken (van huis uit), maar veelal geen of weinig Turks. Dit kwam ook al naar voren met de oudere vrouw op het busstation aan het begin van deze documentaire.

Het kleine meisje doet wonderen en maakt zo korte metten met de simpele vooroordelen die haar vader de wereld in helpt. Er is in Turkije geen onderscheid dus geen discriminatie jegens Koerden, alleen jegens mensen die de wet overtreden. De documentaire eindigt met het kleine meisje en haar klas die de ‘leerlingen-eed’ afleggen: “Ik ben een Turk, ijverig, oprecht...”

Al met al krijgt deze documentaire een zware onvoldoende van mij als het gaat om het objectief tonen van Istanbul en de migranten, ik denk hierbij dan aan een nul (0) of één (1). Echter, als het gaat om het tonen van PKK-propaganda en hoe die organisatie de harmonie en samenleving in Istanbul probeert te verpesten c.q. haat probeert te zaaien tussen Turken en Turken van Koerdische komaf, dan krijgt de documentaire een dikke zeven (7). Vooral omdat in dat kader ook duidelijk te zien is, hoe makkelijk westerse journalisten (zoals Bram) om de tuin geleid worden. Veelal omdat ze al jarenlang geïndoctrineerd zijn door pro-Koerdische en anti-Turkse berichtgeving in hun eigen land.

 

Login of registreer om een reactie te plaatsen