Fout

De Turks-Nederlandse Zihni Özdil heeft, na eerder kritiek te hebben ontvangen van journalist Martien Pennings, weer fikse kritiek gehad na zijn opiniestuk over Turkije enkele weken terug. Zo meldde journalist Bart Schut dat “Ook Zihni Özdil zal moeten toegeven dat Turkije eindeloos democratischer en vrijer is dan zijn bejubelde Venezolaanse dictatuur..” waarmee duidelijk werd dat Özdil een sterk bovengemiddeld sympathie had voor semi-dictator Hugo Chavez welke zelf uit de socialistische hoek kwam. 
 
Zihni heeft na zijn sympathieën voor de socialistische Chavez ook veel lezingen gehouden voor de Socialistische Partij in Nederland waar hij zijn solidariteit met Koerden niet onder stoelen of banken stak. Hiermee bleek zijn positie als onderzoeker onhoudbaar wegens zijn partijdigheid. Zihni baarde eerder opzien toen bleek dat hij als onderzoeker aan de Erasmus Universiteit Rotterdam nog geen wetenschappelijke publicaties had, maar zich wel steeds opwierp als ‘Turkije expert’. Hierbij kwam ook nog dat zijn laatste onderzoek over Arabieren in Amerika ging en derhalve ook niks met Turkije te maken had. 
 
Het werd dan ook duidelijk dat Zihni vooral sprak vanuit persoonlijke ervaringen, daar hij van Turkse komaf is en zijn vader lange tijd voor het Turkse Consulaat in Rotterdam heeft gewerkt. Zelf erkent hij dat enkele van zijn familieleden politiek actief  waren in Turkije en daarbij doodgeschoten zijn in de jaren ‘70. In Turkije was er in die periode een strijd tussen extreemlinks en extreemrechts. Gezien zijn uitspraken komt Zihni uit een familie die extreemlinks is. Voorts staat Zihni bekend om zijn grofgebekte uitspraken die politiek erg gekleurd zijn. Volgens een oud-studiegenoot was Zihni als student al zo gekleurd en trachtte hij dat te verhullen door arrogantie. Zihni, die eerder recht studeerde en later overstapte naar maatschappijgeschiedenis, sneerde als junior onderzoeker nog recent een Ph.D.-onderzoeker toe een "boek te moeten lezen". Zihni is zelf nog een Ph.D.-student maar is nu al omstreden vanwege zijn houding en de manier waarop hij niet tegen kritiek kan. Hier is hij meermaals op aangesproken door onderzoekers met meer aanzien.
 
Zihni werd eerder door zijn professor op de vingers getikt dat hij “niet moest geloven in complottheorieën”. Hij voegde eraan toe dat “wij als historici objectief moeten blijven”, insinuerend dat Zihni totaal niet objectief is. Het geeft goed aan waar de schoen wringt bij Zihni die uit zijn politieke ideologie zijn objectiviteit niet kan waarborgen en zich schuldig maakt aan subjectieve uitspraken die passen in zijn straatje.